Recensie Muziekspektakel Fjoer & Wetter

DOKKUM – Plaats: Dokkum, ponton Kleindiep. Gebeurtenis: ‘Fjoer & Wetter’, een muziekvoorstelling over de moord op Bonifatius en zijn gevolg. Tekst: Wilco Berga. Compositie: Rob Goorhuis. Regie: Anne Zwaga. Medewerkenden: Fanfareorkest Oranje, Toonkunstkoor Dokkum e.o., Jeroen Helder (tenor), Ben Brunt (bariton), Jeroen Bredewold (bas), Auke de Boer (carillon), figuranten Fryslân Téater en jeugdkorps, Marten van der Wal. Belangstelling: uitverkocht. Herhaling: zaterdag om 21.56 u (zonsondergang).

Onder bliksemende schijnwerpers en waarschuwend carillongetingel ging Bonifatius gisteren, 1250 jaar na dato, zijn einde tegemoet. Met man en macht stortte men zich op de kerstenaar en zijn volgelingen. Rookpluimen stegen op. Een boot vatte vlam. En uit het water kwamen vuurtongen naar boven. Vier jaar na Orfeo Aqua, het muziekspektakel van Simmer 2000, is men nog niet vergeten hoe men met vuur, water en muziek een publiekstrekker kan maken.

De setting voor deze Bonifatius Aqua was eenvoudig: een drijvend ponton met daarop Fanfareorkest Oranje en Toonkunstkoor Dokkum e.o. Daaromheen een paar vissersbootjes, van waaruit netten naar boven werden gehaald en hengels staken. Op de oever middeleeuws geklede figuranten van Fryslân Teater, zich zogenaamd volgietend met Bonifatius Beerenburg, een drank waarvan deze bisschop geen weet heeft gehad.

Voor het oog waren er de uitgekiende belichtingen, de eenvoudige koorchangementen en de verrassende aankomst van de bisschop in een bootje. Met een fakkel in de hand, mijter op zijn hoofd en een blauwe wapperende cape om zijn schouders zette hij voet aan wal om in het Friese een aanvankelijk vreedzame strijd aan te gaan met de autochtone aanbidders van natuurgoden en vooral met hun aanvoerder Wyldeman.

Het werd een Friestalige, volstrekt gezongen strijd, ondersteund door de nogal plechtige, soms wat eensluidende muziek van Rob Goorhuis. Het fanfareorkest onder leiding van Marten van der Wal, die ook het door Harm Witteveen ingezeepte toonkunstkoor leidde, becommentarieerde de gebeurtenissen met felle accenten. Het liet instemmend geknor horen of afkeurend gegrom, kortom het was er steeds om zijn mening te geven. En daarmee hebben we meteen een van de sterke punten te pakken van deze productie, ooit bedacht door Sijtze van der Hoek, eens zelf dirigent van Fanfareorkest Oranje.

Ook de rest van dit avontuur, dat startte bij zonsondergang, pakte vrij goed uit al bleef het allemaal wel erg zoet, soft, braaf en afstandelijk met die verheven muziek en die vertellende manier van zingen. Deels de schuld van Goorhuis denk ik, wellicht dat ook Van der Wal en de solisten zelf iets meer spanning en intensiteit hadden kunnen aanbrengen.

Wie overigens wel raad wist met zijn rol was Jeroen Helder. Hij was Malkander, een collega van Bonifatius, maar dan in het andere kamp. Goed spel leverde deze tenor, pakkende zang en bovenal wist hij de aandacht steeds naar zich toe te trekken. De Bonifatius van Jeroen Bredewold en de Wyldeman van Ben Brunt bezaten een Sinterklaas-achtige statigheid, treffend voor de personages die ze neerzetten, maar wel erg clichématig. En hun zang bevatte, zeker voor hen die geen hoge eisen stellen aan de zuiverheid, mooie momenten.

Wat het Dokkumer toonkunstkoor betreft, dat was al zeer vroegtijdig getroffen door een schisma. Meteen al stonden de mannen in donkere pijen op het ponton, terwijl de koordames – zij vertegenwoordigden de tegenpartij – met hun witte gewaden in de verte beelden opriepen van priesteressen die hun rituelen in het heilige bos even aan kant hadden gezet. De bisschop moest nog aanleggen, terwijl het terpengebied rond Dokkum al was verscheurd. Een nieuw gegeven? Welnee. Gewoon een praktische oplossing, zoals men ze wel meer ziet als er geen coulissen zijn.

RUDOLF NAMMENSMA

Bron: website Leeuwarder Courant

Fjoer & Wetter 1Fjoer & Wetter 2